Introductie Profeten | prekenserie Jan Bernard Struik
Over een periode van een paar honderd jaar, kwam er uit het Hebreeuwse | Joodse volk een buitengewoon aantal profeten voort – mannen en vrouwen die zich onderscheiden door kracht en bekwaamheid waarmee zij de werkelijkheid van God vertegenwoordigden. Zij zorgden voor Gods geboden en beloften en levende tegenwoordigheid in gemeenschappen en naties die geteerd hadden op fantasieën en leugens over God.
Iedereen gelooft min of meer in God. Maar de meesten van ons doen ons best om God aan de rand van onze levens te houden, of wanneer dat niet lukt, God in een vorm te gieten om ons gemak te dienen. Profeten staan erop dat God het soevereine centrum is, niet ergens buitenstaand om te wachten tot wij hem nodig hebben. En profeten staan erop dat wij met God omgaan zoals hij zichzelf openbaart, niet zoals wij ons hem voorstellen.
Deze mannen en vrouwen wekten mensen en volkeren op voor de soevereine tegenwoordigheid van God in hun levens. Zij schreeuwden, zij huilden, zij bestraften, zij kalmeerden, zij daagden uit, zij troostten. Zij gebruikten woorden met kracht en voorstellingsvermogen, of het nu bot of subtiel was.
Zestien van deze profeten schreven op wat zij zeiden. Wij noemen hen “de schrijvende profeten.” Zij omvatten het gedeelte van Jesaja tot en met Maleachi. Deze zestien Joodse profeten zorgen voor de hulp die wij zo hard nodig hebben als wij alert en op de hoogte willen blijven als het gaat om de voorwaarden waaronder wij trouwe en gehoorzame levens voor God willen koesteren. Want de wegen van de wereld – zijn aannamen, zijn waarden, zijn methoden om aan de slag te gaan – staan nooit aan Gods kant. Nooit.
De profeten zuiveren onze voorstellingen van de aannamen van deze wereld over hoe het leven wordt geleefd en wat telt in het leven. Telkens weer, gebruikt God de heilige Geest deze profeten om zijn volk te scheiden van de culturen waarin zij leven, zetten zij hen terug op het pad van simpel geloof en gehoorzaamheid en aanbidding in weerwil van alles dat de wereld zo bewondert en beloont. Profeten trainen ons in het onderscheiden van het verschil tussen de wegen van de wereld en de wegen van het evangelie, houden ons bij de les van de Tegenwoordigheid van God.
We zijn nog maar net op weg in de Profeten wanneer wij ons ervan bewust zijn dat er niets gemakzuchtigs aan hen was. Profeten waren geen populaire figuren. Zij bereikten nooit de status van een ‘celebrity’. Zij waren bewust niet anders dan de temperamenten en de gezindheid van de mensen met wie zij leefden. En de tand van de tijd heeft hen niet aangetast. Het is begrijpelijk dat wij het moeilijk vinden om het met hen eens te worden. Zij zijn nou niet bepaald gevoelig voor onze gevoelens. Zij hebben heel beperkte, zoals wij het zouden noemen, “relationele vaardigheden.” Wij houden van leiders, in het bijzonder geestelijke leiders, die ons proberen te begrijpen [“die bij ons langszij komen” zoals we dat noemen]. Leiders met een tikkeltje glamour, die het goed doen op posters en op televisie.
De keiharde werkelijkheid is dat profeten niet passen in de manier waarop wij leven.
Voor mensen die gewend zijn om “God in hun levens te passen”, of, zoals wij het zeggen, “ruimte te maken voor God”, zijn de profeten moeilijk te aanvaarden en gemakkelijk af te wijzen. De God waar de profeten het over hebben is veel te groot om in onze levens te passen. Als wij ook maar iets met God te maken willen hebben, moeten wij in hem passen.
De profeten zijn niet “voor rede vatbaar”, passen zich niet aan voor wat ons logisch voorkomt. Zij zijn niet diplomatiek, zij onderhandelen niet tactvol een overeenkomst uit die ons een “zegje” toestaat in het resultaat. Wat zij doen is ons zonder omhaal in een werkelijkheid betrekken die veel te groot is om rekening mee te houden bij verklaringen en verwachtingen. Zij dompelen ons onder in mysterie, immens, en waar je van duizelt.
Hun woorden en visioenen dringen door de illusies waarmee we onszelf indekken tegen de werkelijkheid. Wij mensen, hebben een enorme vermogen voor ontkenning en zelfbedrog. Wij verklaren onszelf ongeschikt om met de gevolgen van zonde om te gaan, om oordeel onder ogen te zien, om waarheid te omarmen. En dan stappen de profeten in en helpen ons om eerst het nieuwe leven te herkennen dat God voor ons heeft en het dan binnen te gaan, het leven dat de hoop in God opent.
Zij leggen God niet uit. Zij schudden ons uit oude conventionele gewoonten van kleinzieligheid, van het bagatelliseren van prietpraat over God, en zetten ons overeind in verwondering en gehoorzaamheid en aanbidding. Als wij erop staan om hen te begrijpen voor wij ons in hen inleven, zullen we het nooit begrijpen.
Eigenlijk deden de profeten twee dingen: Zij hielpen om de mensen het ergste te laten aanvaarden als Gods oordeel – geen geestelijke catastrofe een politieke ramp, maar oordeel. Als Gods oordeel het ergste van het ergste blijkt te zijn, kan het worden omarmd, niet ontkend of vermeden, want God is goed en heeft onze redding op het oog. Dus oordeel, terwijl het zeker niet is wat wij mensen verwachten in de toekomst die wij uitstippelen, kan nooit het ergste zijn dat ons kan overkomen. Het is het beste, want het is het werk van God om de wereld, en ons, recht te zetten.
En de profeten hielpen mensen die platgeslagen waren om zichzelf te openen voor de hoop in Gods toekomst. In het puin van ballingschap en dood en vernedering en zonde, ontstak de profeet hoop, opende hij levens voor het nieuwe werk van redding waar het bij God altijd en overal over gaat.
Een van de slechte gewoonten die wij vroeg in ons leven oppikken is het scheiden van dingen en mensen in werelds en heilig. Wij gaan ervan uit dat wij min of meer belast zijn met het wereldse: onze banen, onze tijd, onze ontspanning, onze regering, onze sociale relaties. Het heilige is dan waar God mee belast is: aanbidding en de Bijbel, hemel en hel, gemeente en gebeden. We bekokstoven vervolgens om een heilige plek voor God apart te zetten, ontworpen, zeggen we, om God te eren, maar in werkelijkheid bedoeld om God op zijn plek te houden, en ons vrij te laten om de doorslag te geven in al het andere dat er gebeurt.
Profeten willen hier niets mee te maken hebben. Zij bevechten dat alles, maar dan ook absoluut alles, plaats heeft op heilige grond. God heeft iets te zeggen over elk aspect van onze levens: De manier waarop wij ons voelen en handelen in de zogenaamde privacy van onze harten en huizen, de manier waarop wij geld verdienen en de manier waarop we het uitgeven, onze politieke voorkeuren, de oorlogen die wij uitvechten, de rampen die wij ondergaan, de mensen die wij pijn doen en de mensen die wij helpen. Niets is verborgen voor Gods onderzoek, niets onttrekt zich aan de regering van God, niets ontsnapt aan de bedoelingen van God. Heilig, heilig, heilig.
Profeten maken het onmogelijk om God te ontlopen of om buiten God om te gaan. Profeten staan erop dat God wordt ontvangen in elke hoek en in elke gaatje van het leven. Voor een profeet is God meer werkelijk dan de buurman.
Uit | The Message – vertaald & bewerkt door Jan Bernard Struik

